In de kinderkamer van Eric Lensink stond een oude piano. Zijn bed stond ernaast; het hoofdkussen leunde tegen de piano aan.
Geen wonder dat de pianoklanken die hij op de radio hoorde ook ergens vermoed werden in dat instrument; al gauw werd er elke dag geprobeerd om de oude kast tot leven te brengen. "Ik herinner mij dat mijn vader altijd de eerste maten van Beethoven’s Mondschein-sonate speelde, met iets te stevige bassen. Dat wilde ik ook. Mijn ouders hadden overdag de radio aan, altijd klassieke muziek.
Ze hielden toen allebei erg van Chopin. Op feestjes echter werden er platen van jazzpianisten als Oscar Peterson en Art Tatum opgezet, volgens mijn moeder 'zenuwelijersmuziek'. Ik ken nog hele solo’s uit mijn hoofd."

Via vrolijk vierhandig spel met zijn vader en de lessen van Laska Meseck, Kemal Ultanur, Harry Vooren en Feico de Leeuw ontwikkelt zijn spel zich richting de ‘lichte muziek’: jazz, salonmuziek, nachtclubrepertoire. Werk werd gevonden op balletscholen, in restaurants en clubs. Van een carrière was toen echter nog nauwelijks sprake. Naast het pianowerk werd er ook (bas-) gitaar gespeeld en gecomponeerd in uiteenlopende bands, resulterend in een Zilveren Harp van de stichting Conamus (1995) voor zijn toenmalige band Vitalis. Sinds 2000 runt hij samen met compagnon Jeroen Tenty een geluidsstudio waar vooral in opdracht gecomponeerd en geproduceerd wordt.
Door het begeleidingswerk begonnen ook vocalisten zijn interesse te wekken; zijn smaak loopt uiteen van ‘The Velvet Mist’ Mel Tormé tot de kitsch van Dean Martin. Weer zo’n schok van herkenning was de zang van trompettist Chet Baker. "Hij zingt zoals hij speelt, niet overdreven technisch, maar lyrisch, fluwelig, eerlijk, met bijna geen vibrato. Een enorme zeggingskracht". Ook wordt hij geraakt door meer nostalgische klanken: "ik kan schaamteloos sentimenteel wegdromen bij krakerige klanken van Vera Lynn of Al Bowley. Komt vast door die BBC-serie 'The Singing Detective', die ik in de jaren ’80 zag op TV."
Het kan niet uitblijven: Eric begint steeds meer zelf te zingen. Het repertoire loopt inderdaad uiteen van nostalgia tot swing. "Het voelt alsof alles op zijn plek begint te vallen. Mag ook wel eens, na 44 jaar. Bovendien komt Harry Connick jr. toch bijna nooit naar Nederland, dus neem ik zolang de honneurs waar. Nou nog een eigen bigband!"